DE BOER, DE HISTORICUS, DE PSYCHOLOGE


De boer

Van koeien naar geiten
"Mijn broer en ik hebben het bedrijf overgenomen van mijn vader. We hebben er een maatschap van gemaakt: dat is belastingtechnisch beter. Vroeger had de boerderij 75 koeien met vleesstieren erbij. Door het schrappen van de subsidies is daar nu niks meer van over. Ik ben overgestapt op melkgeiten. De gemeente heeft goed meegewerkt, ik heb snel een vergunning gekregen. Via andere geitenbedrijven en het Internet ben ik aan mijn kennis gekomen.

Mijn binding met deze omgeving? Mijn vader is hierheen gekomen: het was de boerderij van mijn moeders familie. En ik ben hier geboren. Mijn vrouw komt van de andere kant van de Regge. Het klinkt misschien gek maar ik moet nadenken om goed Nederlands te spreken, voor mijn vader is Nederlands echt moeilijk.

Ontboeren
De landbouw-reconstructiewet? Elke dag zijn er andere plannen. Ze willen langs de Regge een natuurgebied aanleggen, voor ons een slechte zaak. Het dunt snel uit met de boeren hier. Vijf jaar geleden melkte iedereen nog, nu stoppen ze er bijna allemaal mee. De buurman wil ook weg, dan zijn wij de enigen die overblijven. Het landschap zal anders onderhouden worden als er bijna geen boeren meer zijn. Het gemeentebeleid is niet pro-boer, al is er is wel goed overleg.

Buurtschap
Wat op het buurtschap woont is familie. Mijn zus woont er ook. Mijn vader verzorgt het Belgische paard voor de hobby, hij heeft alles nog met paard en wagen gedaan. Hij is lid van de jagersclub van ons buurtschap. Twee van de vier jagers zijn overleden. Mij trekt jagen niet, ik zit liever op de trekker. Mijn broer doet de koeien. De stier is nu bij de pinken - hij kan om het kwartier als het moet - maar de pinken zijn niet tochtig.
Hij blijft drie weken in hun hok, dan hebben ze allemaal hun cyclus wel gehad.
De 60 hectare land was eerst in kleine stukken verdeeld over 20 boeren. Ik wil wel naar Polen om gewoon eens te avonturieren maar mijn vrouw wil niet weg.


De historicus

Afkomst
Ik zit in het onderwijs. Behandel ik met de kinderen de afkomst van hun naam dan kun je een speld horen vallen. Ik ben geïnteresseerd in de historie van mijn familie en van de streek. Als kind wandelde ik met mijn oom erdoorheen. Mij werd een bewustzijn bijgebracht wie de bezitters van de velden waren. Het veld van oom zus, een ander veld van oom zo. We bezochten een oude tante. Pas toen ze hoorde dat ik familie was, mocht ik het familiekabinet zien.

Er wordt gezegd dat onze familie rijk is geworden door de kostbaarheden die de Kozakken in de grond hebben achtergelaten toen ze begin 1800 vluchtten. Als je het logisch bekijkt dan kan dat waar zijn, want van de arme zandgronden konden we niet rijk geworden zijn. Mijn tante heeft hier een nieuw huis gebouwd. Zij heeft toen grote metalen kogels gevonden in de tuin. De boomwortels werkten die omhoog. Een straat is het Kozakkenveld genoemd.

Trouwen
In Noetsele is in het begin van de twintigste eeuw een rijke boerendochter psychotisch geworden omdat ze met een onderwijzer wilde trouwen. Dat mocht niet: het was beneden hun stand. Toen hij met een ander trouwde rende zij achter de koets aan: 'Jij bent mijn man, jij bent mijn man!'

In 1913 heeft ze de boerderij in de fik gestoken. De hele veestapel is verbrand. Het knekelgat is gevonden toen hier, veel later, een schuur werd gebouwd.
Vroeger trouwde je bij wijze van spreken naar aanleiding van de hoeveelheid stalramen. Hoe meer ramen, des te meer vee. Dat was rijkdom. Trouwde je met een boerenmeisje, dan kreeg je de naam van de boerderij waar zij woonde. Soms komen in een familie drie namen voor en dat terwijl ze vader en zoon zijn. Wij mochten onze familienaam behouden omdat we bastaards waren van een adellijk figuur. Nee, ik zeg niet wie.

Grondbezit
De grond was gemeenschappelijk bezit; vreemden liet je niet toe omdat er geen plek voor nieuwkomers was. De adel had de meeste grond in bezit. Er bestond een formule om ontgonnen grond te verdelen: het warensysteem.

De velden tegen de berg aan zijn de essen. Vroeger werden heideplaggen mee naar de stal genomen, de mest trok er dan in. Doordat ze de plaggen weer op de essen gooiden werden deze vruchtbaar. Door de eeuwen heen werden de essen hoger, de wegen steeds lager. Holle wegen.

Eiken
De dikke eik in Noetsele is een monument. Er staan hier veel eikenbomen. Bij de geboorte van een nieuw kind werd een eik geplant: het hout voor zijn doodskist. De schors van de eik werd ook gebruikt voor het leerlooien, er zaten veel schoenmakers hier. Zomaar hout hakken kon niet: daar moest over vergaderd worden. In oude tijden werd er rechtgesproken bij een eikenboom.

De psychologe

Hongertocht
"Mijn moeder heeft in de oorlog een hongertocht gemaakt naar Nijverdal en is toen liefdevol opgevangen door de nonnen in een klooster. Daardoor had ik al iets met Nijverdal. Het was een extra zetje om ons hier te vestigen. We kwamen op een huis af vlak bij het bos, de omgeving is mooier dan Nijverdal zelf.

Humor
Ze hebben een droge humor: ik vind het prachtig. Het is echt Herman Finkers humor, ik kan het niet.

Luwte is een goed begrip, ook met die gehechtheid, in die luwte willen blijven zitten, een koudwatervrees voor wat buiten heerst, angst voor het vreemde, ook voor het westen. Twentenaren blijven hangen op de plek. Het is hier ook nog behoorlijk blank.
Ik heb bij het arbeidsbureau in Nijverdal gewerkt. Als ik vroeg: 'kom je hier uit de buurt', dan kon het antwoord zijn: 'Nee uit Hellendoorn'. Er wordt van binnenuit geredeneerd.

Ze hebben een ambivalente houding naar de bovenlaag. Aan de ene kant kijken ze er tegen op en andere kant mopperen ze in de marge. Ze zullen het niet op een directe manier zeggen. Ze geven de toplaag een grote verantwoordelijkheid. Dat heeft iets onvolwassens; zo van de bazen moeten voor ons zorgen. Ook de dokter heeft het bijvoorbeeld altijd gedaan. Weinig zelfstandig. Het is een soort eenkennigheid, het heeft te maken met een collectief soort minderwaardigheidsgevoel, een vorm van wantrouwen. Als je zelf een opening geeft, dan gaat het wel. Het zijn nuchtere mensen, die niet bij hun emoties kunnen komen. Je moet hen de ruimte en de tijd geven.

Noaberschap
Noaberschap, dat heb je in het westen niet. Het begint bij dit huisnummer en eindigt bij dat nummer, dat is heel arbitrair. De buren kwamen eerst naar ons toe met een grote bos bloemen, met de vraag of we erbij wilden horen. Wij zijn bij alle buren langs geweest en om beurten hebben wij hen uitgenodigd. Vorig jaar overleed de buurman van de hoek, iedereen was zo betrokken. Een vriendin was eens ziek: iedereen kwam met eten, het gras werd gemaaid. Ze doen daar bescheiden over, ze zijn niet gauw trots op zichzelf. Wat ze doen is niet meer dan normaal.

Import
Toen ik hier net woonde was ik een van de weinige werkende moeders. Het loopt een beetje achter hier, pas als de kinderen groot zijn gaan de vrouwen dingen doen. Ik ben hier geworteld geraakt, maar ik ga toch meer met andere import-vrouwen om.

Toen ik wegging uit Den Haag vroegen ze of ik mezelf ging begraven in Nijverdal. In Den Haag was je meer aan jezelf overgeleverd. Het hangt van jezelf af, wie je kent en met wie je omgaat. Hier liggen de structuren vast. Hier wordt je meteen verwelkomd als je er komt wonen. In Den Haag maakt het niet uit of je op zondag het wasgoed ophangt of de auto wast. Hier zeggen ze heel eerlijk dat het niet op prijs wordt gesteld.

Mensen houden echt van bezit. De huizen en tuinen, daar gaat alle aandacht naar uit. Je kunt een liniaal naast de tuin leggen. Wij kregen hier een huis met tuin waar al wat bomen in stonden van het bos. Die lieten wij gewoon staan. Dat detoneerde.