HELLENDOORN OP ZAAL, Hellendoorn 2003 Observatiekliniek OPDRACHT
Proeftuin
Twente ging uit van 'identiteit', dat als dynamisch begrip aan veranderingen
onderhevig is en vele lagen kent. In nauwe dialoog met de bewoners is
de culturele identiteit van de streek onderzocht; de resultaten daarvan
zijn in ontwerpschetsen vastgelegd. Bovendien is in dit project de culturele
identiteit zelf tot onderwerp van onderzoek geworden. Veertien kunstenaars
hebben onder de noemer Mobiele Laboratoria in veertien gemeentes een maand
lang onderzoek gedaan. Ze hebben de identiteit elk op een eigen wijze
in beeld gebracht. Tekst vouwblad: Observatieverslag, juni 2003 FAMILIE
HELLENDOORN OP ZAAL Om de familie op haar gemak te stellen heeft de directie besloten de vloer van de zaal te stofferen met matrassen en dekens in diverse tinten en motieven. De omgeving moet mooi, rustgevend en afwisselend zijn, dat zijn de Hellendoorners gewend en alleen zo durven ze bezoek te ontvangen. Het was wel lastig om nog goede stoffeerders te vinden. Ze stoppen aan de lopende band tegenwoordig. Hellendoorn
is een oude vrouw van 925 jaar. Ze voelt zich thuis in haar oude vertrouwde
bed, zij heeft er zelfs een soort huisje van gemaakt. De buren hebben
daarbij geholpen, dat sprak voor zich. Ze is heel netjes op haar antieke
bed en wordt kwaad wanneer de verpleging voorstelt een om nieuw, modern
bed aan te schaffen. Niks daarvan. Ze
slaapt veel en droomt over vroeger. Zij wil liever geen vreemden op bezoek.
Ze vraagt altijd waar ze vandaan komen. Als het geen Hellendoorn is dan
praat ze niet honderd uit, zoals ze bij haar plaatsgenoten doet. Ze doet
nogal zuur over Nijverdal; die ziekelijke lelijkerd tegenover haar. Dat
ze daar op haar hoge leeftijd ooit aan begonnen is snapt ze zelf niet.
Nijverdal
is een jongeman van 175 jaar. Desondanks verkeert hij in een zorgelijke
toestand. Hij zit niet lekker in zijn vel, is onrustig en klagerig. Ondanks
zijn leeftijd lijdt hij aan geheugenverlies: hij ontkent zijn geschiedenis.
Al het mooie dat hij opbouwt, breekt hij even hard weer af. Onzekerheid?
Nijverdal
ligt in een ziekenhuisbed vanwege de intensieve zorg die nodig is. Hij
ligt aan de monitor. Zijn kloppende hart is zwak en onregelmatig. Hij
heeft een ernstig hoge bloeddruk. De hoofdslagader, de grote straat van
zijn lichaam, is verstopt. Stolsels verstoren de doorstroming. Een bypass
wordt overwogen. Een infuus van Cola en Breezer moet zijn gebrek aan jeugdige
activiteit een oppepper geven. Wel speelt hij veel met zijn houten treintje
en maakt tekeningen van een tunnel. Hij houdt vol dat het in het echt
ook moet kunnen. Grootheidswaanzin? Hij
wil dekens van kunstgras. Hygiënisch en netjes. Je kunt het oprollen
en de puinhopen eronder vegen. Wollen dekens zijn hem te natuurlijk, er
is genoeg natuur in de omgeving. De relatie met zijn partner Hellendoorn is niet best. Ze blijft hem maar afbekken, daar krijgt hij ook geen zelfvertrouwen van. Ze kan het niet hebben dat hij nu de leiding heeft en internationale bekendheid geniet. Daar heeft hij hard voor gewerkt. Hij weet ook wel dat zij aantrekkelijker is met al dat antiek. Dat heeft ziel. Wat heeft hij nou in huis? De facelifts hebben weinig uitgehaald. Hij verlangt terug naar zijn knobbelneus en onderkin. Stond best gezellig en zo kende ze hem. Nu staren ze hem aan alsof hij een vreemde is. Hij weet niet hoe hij zijn relatie met Hellendoorn moet noemen. Was het een gedwongen huwelijk? Hij was nog jong, Hellendoorn had zijn moeder kunnen zijn. Heeft Nijverdal een identiteitscrisis? De kleine telg Hulsen is een schim van wie hij was. Zijn bedje is platgedrukt tussen Nijverdal en Hellendoorn. De stoere telgen van de familie, Daarle en Haarle, gaan hun gangetje. Zij zijn klein van stuk maar oud en wijs. Ze vermaken zich op de heerlijke matrassen buiten, hoewel dat de laatste tijd minder wordt. Daarlerveen,
het buitenbeentje, staat buiten op de gang. Niet omdat hij lastig is,
nee, hij is graag op zichzelf. Van zijn bedje is een bad gemaakt. Water
is hem vertrouwd. |
|